Verklarende woordenlijst, samengesteld door Barbara Trimbos
"moderator volwassenen forum stofwisselingsziekten".
Lees onze disclaimer voor toelichting en bronvermeldingen.
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
A
- ataxie
- Stoornis in de samenwerking tussen de spieren, waardoor het
verrichten van ordelijke bewegingen moeilijk wordt.
Er zijn coordinatiestoornissen.
Ataxtische bewegingen zijn onregelmatige, onbeheerste bewegingen.
- atrofie
- Verschrompeling van een orgaan door het afsterven van de cellen
waaruit het orgaan bestaat.
Het afsterven wordt veroorzaakt door een tekort of juist een
overmaat van stoffen die de cel nodig heeft om te blijven leven.
- A.D.L.
- Aanpassingen Dagelijks Leven, zelfredzaamheid.
Toepassingen van functies en vaardigheden bij bijvoorbeeld:
Voortbewegen, eten en drinken, wassen, aan- en uitkleden,
toiletgebruik etc.
- aminozuren
- De bouwstenen waaruit eiwitten zijn opgebouwd.
- ademhalingsketen
- 5 enzymcomplexen die ingebed liggen in de binnenmembraan
van het mitochondrium.
In het proces om energie te maken worden zuurstofmoleculen verbruikt
zodat er gesproken kan worden over de 'ademhaling op celniveau'.
De ademhalingsketen, of oxidatieve fosforylering, is het hart van de
energie-centrale van het lichaam.
- audio...
- Het gehoor betreffende.
Audiogram: Gehooronderzoek.
- ATP
- Afkorting van Adenosine trifosfaat
De energie die via een groot aantal stofwisselingsstappen
wordt vrijgemaakt en opgeslagen opdat de cel er iets mee kan.
ATP wordt gevormd uit ADP en fosfaat, dit poces heet oxidative phosphorylation (OXPHOS)
- anamnese / anamnestisch
- Het eerste gedeelte van een medisch onderzoek waarbij inlichtingen
aan / over de patient gevraagd worden.
De anamnese komt vooral tot stand door specifieke vragen van
de arts
De anamnese omvat bijvoorbeeld:
* algemene gegevens zoals naam, geboortedatum, beroep
* de ontwikkeling van de ziekte
* vroegere ziekten
* gegevens over de familie
Anamnestisch verkregen informatie is informatie die de arts heeft verkregen door vragen aan de patient (ouders)
- adductie
- Zegt iets over de stand van lichaamsdelen.
Adductie is te veel naar elkaar toe.
Bij een adductiestand van de benen bestaat er geen ruimte
tussen de benen.
Abductie is het tegenovergestelde en betekent dus te gespreid.
- abductie
- Zegt iets over de stand van ledematen.
Abductie is wijd, gespreid.
Het tegenover gestelde is adductie.
- apnoe
- Kort stoppen met ademen, ademstilstand, bijvoorbeeld in
de slaap. (slaap-apnoe)
- abdomen
- Buik(holte). Abdominaal: In de buik(holte)
- absence
- Kortstondig bewustzijnsdaling als gevolg van een stoornis
in de hersenen.
- afasie
- Verworven taalstoonis t.g.v. een hersenaandoening.
- acidosis
- Zuurvergiftiging.
- adequaat
- Correct en passend bij
- anoxie
- Zonder zuurstof, met verminderde zuurstof
- analgeticum
- Pijnstiller
- anti-epilepticum
- Medicatie tegen epilepsie.
Wordt soms ook voorgeschreven bij zenuwklachten.
- antioxidant
- Stof die chemisch binding met zuurstof tegengaat.
Bepaalde vitamines (vit. E) zijn bijvoorbeeld antioxidanten.
- anticonvulsivum
- Anticonvulsant. Middel tegen stuipen, toevallen (bij epilepsie)
- atonie
- Spierslapte
- atonische aanval
- Type epileptische aanval waarbij er geen verstijving van de spieren
optreedt, maar juist een verslapping, waardoor de betrokkene
plotseling bewusteloos neervalt
- ambulant
- Zonder opname in het ziekenhuis. Ook poliklinisch
- athetose
- Onophoudende, onwillekeurige, langzame buig- en strekbewegingen
van vingers en tenen.
- afasie
- Verworven taalstoornis ten gevoge van hersenletsel.
Met spreekt van Afasie als de taalstoornis ontstaat
nadat de taalontwikkeling is afgerond.
Een aangeboren taalstoornis wordt Dysfasie genoemd.
- aura
- Alleen voor de betrokkene waarneembare (=subjectieve)
ervaringen, zoals het ruiken, zien, horen, proeven of
voelen van iets, als voorbode van een epileptische aanval
of migraine-aanval.
- a-
- A voor een woord betekent niet aanwezig.
Bijv. a-typisch
- ADP
- Afkorting van Adenosine Disphosphate. Het energiearme product dat geproduceerd wordt wanneer ATP energie in de cel gebracht heeft
- autonome zenuwstelsel
- Het gedeelte van het zenuwstelsel dat de onwillekeurige organen (buiten de wil om functionerende organen) verzorgt, zoals die van de spijsvertering, de bloedsomloop en de ademhaling.
top
B
- brady-
- Langzaam / traag
bijv. bradycardie: trage hartslag
bradyfrenie: Mentale traagheid, vertraagd denken.
- BAEP / BAER
- Brainstem auditory evoked potentials / responses.
Onderzoek van de gehoorbaan.
De zenuw-geleiding tussen oor en hersenen wordt onderzocht.
Het onderzoek is niet pijnlijk en de patient hoeft zelf niets te doen.
- babinsky reflex
- Afwijkende voetzoolreflex, waarbij de grote teen bij het strijken
onder de voetzool naar boven beweegt in plaats van naar
onder.
Deze afwijkende voetzoolreflex wijst op een
stoornis in het zenuwstelsel
top
C
- CT-scan:
- Computertomografie.
Een rontgenopname die veel details laat zien.
Je ligt hierbij met je hoofd, en soms ook met je romp,in
een tunnel en de camera draait om je heen.
Er worden opnamen gemaakt vanuit verschillende richtingen
Met een computer worden die samengesteld tot beelden.
Afwijkingen in bijvoorbeeld de hersenen of het ruggemerg kunnen
hiermee zichtbaar gemaakt worden.
Soms krijg je van te voren contrastvloeistof ingespoten.
- cerebellum
- Een onderdeel van de hersenen, ook bekend als de kleine hersenen.
De kleine hersenen hebben een belangrijke functie bij het sturen
en regelen van bewegingen.
De uiterlijk waarneembare verschijnselen van het niet goed
functioneren van de kleine hersenen wordt ataxie (zie daar)
genoemd. Cerebellair= de kleine hersenen betreffend.
- contractuur
- Het in een gedwongen stand staan van een gewricht.
Noch de patient zelf noch een ander kan die stand veranderen.
Een contractuur kan ontstaan doordat de 'strekkers' ziek zijn
en de 'buigers' gaan overheersen.
- CK.
- CK.= creatine kinase.
Door extreme spierarbeid kan er, door beschadiging van het vliesje
om de spier heen, lekkage van weefselvocht uit de spieren ontstaan.
Om de mate van lekkage uit spiervezels te meten kan de CK in het
bloed gemeten worden.
De CK-activiteit is bij veel, maar niet alle, spierziekten verhoogd.
Zeer hoge waarden vindt men bijv. bij spierdystrofie, normale
waarden bij sommige aangeboren spierziekten.
Wordt bij laboratoriumonderzoek een verhoogde CK activiteit
gevonden, dan zal de bepaling in de regel herhaald worden om
te kijken of de verhoging tijdelijk is en veroorzaakt wordt door
een ongewoon sterkte inspanning.
- congenitaal
- Aangeboren, reeds vanf de geboorte aanwezig.
- cognitie
- Het denkvermogen.
Het vermogen om alle informatie uit het dagelijks leven te interpreteren.
* orientatie in tijd, plaats en persoon
* aandacht en concentratie
* tempo van informatieverwerking
* geheugen
* schoolse vaardigheden
* redeneervermogen
* leervermogen
- cognitief
- De cognitie betreffende (zie aldaar)
- clonus / clonie
- Een abnormale beweging die gekarakteriseerd wordt door
snelle aan- en ontspanning van spieren.
- CNS
- Central Nervous System.
Centraal zenuwstelsel
- CZS
- Afkorting voor het centraal zenuwstelsel (hersenen en ruggemerg)
- Chromosoom
- Drager van erfelijke eigenschappen.
Belangrijkste component is DNA.
Alle chromosomen zitten samen in de celkern.
- cel
- Microscopisch klein onderdeel van alle planten, dieren en mensen.
Het menselijk lichaam bestaat uit miljarden cellen.
- celkern
- Het centrale onderdeel van de cel waar het erfelijk materiaal,
het DNA, in opgesloten zit.
Vanuit de celkern vindt de aansturing van alle processen in de
cel plaats.
- cardiomyopathie
- aandoening van de hartspier
- CPEO
- Chronisch Progressief Extern Ophtalmoplegie Syndroom.
Symptomen ongeveer hetzelfde als KSS plus: Visuele myopathie,
retinitis pigmentosa, dysfunctie van het centraal zenuwstelsel.
- cardio / cardiaal
- Het hart betreffende.
- congenitaal
- Aangeboren
- carnitine
- Carnitine (carnitene) is een aminozuur dat normaal in het eten
voorkomt en door het lichaam gebruikt wordt voor het leveren van
energie aan de skeletspieren.
Carnitine is nodig om vetzuren het mitochondrion in te transporteren
zodat het vet kan worden verbrand.
Daarnaast zou carnitine ook de membraan (wand) van de mitochondrieën
sterker maken.
- cytopathie
- Celafwijking.
Een mitochondriale ziekte wordt ook wel mitochondriale cytopathie genoemd.
- -cardie / cardio- /cardiaal
- Het hart betreffende.
- contrast
- Een MRI of CT-scan 'met contrast' betekent dat er een
contrastvloeistof ingespoten wordt.
- Complex I
- NADH-Coenzyme Q oxidoreductase (deel van de ademahlingsketen / keten electronen transport)
- complex II
- Succinate dehydrogenase (onderdeel elektronentransport / ademhalingsketen)
- complex III
- Coenzyme Q-cyrochrome c oxidoreductase (onderdeel elektronentransportketen)
- complex IV
- Cytochrome c oxidase (COX), onderdeel elektronentransportketen
- complex V
- ATP synthase (onderdeel elektronentransportketen)
- COX
- Cytochrome c oxidase (complex IV)
top
D
- degeneratie
- Benaming voor allerlei veranderingen in cellen en weefsels waardoor
hun normale functie aangetast wordt.
Een langzaam, geleidelijk proces van afsterven van bepaalde groepen
(hersen)cellen.
Zie ook: Atrofie.
- deficientie
- Vermindering.
Bijv. carnitinedeficientie = te weinig carnitine
- dysfasie
- Stoornis in het vermogen om woorden en zinnen te vormen,
zonder dat het denkvermogen is aangetast.
- dysarthie
- Een spraakstoornis ten gevolge van hersenletsel.
Problemen met de motoriek (het bewegen , coordineren
en aansturen van spreekbewegingen)
- dys-
- Dys- voor een woord betekent afwijkend.
- Dysfagie
- Probleem met slikken
- deterioratie
- achteruitgang
top
E
- encephalopatie
- Iedere hersenziekte
- enzym
- Eiwit dat in ons lichaam wordt gemaakt door bepaalde aminozuren aan
elkaar te knopen op basis van genetische informatie uit de celkernen.
- encephalomyopathie
- Aandoening van de hersenen en de spieren
- enzym onderzoek
- Voor de volledige diagnose is onderzoek van het spierweefsel
noodzakelijk.
Bij het enzym onderzoek worden de activiteiten van de verschillende
enzym complexen afzonderlijk, maar ook als geheel gemeten in een
gespecialiseerd laboratorium.
Bij het enzym onderzoek worden ook andere functies van de
mitochondria gemeten.
Het onderzoek is technisch heel ingewikkeld, waardoor soms lang
op de uitslag gewacht moet worden.
Ook kan de uitslag lang op zich laten wachten omdat een bepaalde
ontwikkeling / groei afgewacht moet worden.
Helaas levert het onderzoek niet altijd een sluitend antwoord op.
- EMLA
- Huidverdovingsmiddel in de vorm van creme of pleister dat gebruikt
kan worden als verdoving bij een injectie,plaatsen infuus, biopt
of lumbaalpunctie.
- eeg
- Elektro-encefalogram. Registratie van de elektrische activiteit in
de hersenen. Met lijm of een soort badmuts worden elektroden op het
hoofd geplakt.
Behalve ogen sluiten en openen hoeft de patient niets te doen.
Het is een pijnloos onderzoek.
- exacerbatie
- Meestal plotseling optredende verslechtering. Ook wel 'crash' genoemd.
- E.M.G.
- Electromyogram is een spier/zenuw onderzoek. Soms volledig
pijnloos, soms onaangenaam door de schokjes en het plaatsen
van kleine naaldjes.
- E.C.G.
- Electro Cardiogram.
Onderzoek naar de hart-activiteit.
Er worden hiervoor plakkertjes op de borst geplaatst.
Het onderzoek is pijnloos en kortdurend.
- ergotherapie
- Een paramedische discipline die zich bezig houdt met onderzoek,
begeleiding en behandeling van zo zelfstandig mogelijk functioneren.
* zelfverzorging, ADL activiteiten (zie aldaar) eten, drinken,
wassen, aankleden, naar toilet gaan
* huishouden
* verplaatsen en vervoer
* vrije tijd / hobby's
* werk
* wonen
top
F
- fibroblasten
- Huidcellen.
Kunnen onderzocht worden d.m.v. een huidbiopt.
- faciaal
- Het aangezicht betreffende.
top
G
- gen / genen
- De genetische codes in het DNA.
Genen bevatten het 'recept' voor het maken van eiwitten,
waaronder enzymen.
- glucose
- Ander woord voor druivensuiker.
De belangrijkste energiebron voor de cellen.
- glycogeen
- Glucosevoorraad in de lever.
- glycogeen
- Glycogeen omgezette glucose vooraad in de lever en de spieren.
Glycogeen stapeling type V Problemen met de glycogeen vooraad in de spieren
Glycogeen stapeling type VII Problemen met de glycogeen vooraad in de lever
- grand mal aanval
- Grote of grand mal : Een bepaald type epileptische aanval, die in
twee fasen verloopt, namelijk eerst een tonische fase (waarin alle
spieren secondenlang verstijven en de ademhaling stokt) en
vervolgens een clonische fase (waarin de spieren heftige
ongecontroleerde bewegingen maken.
Wordt ook wel grand mal-aanval of tonisch-clonische aanval genoemd.
top
H
- Hyper-
- Hyper- voor een woord staat voor te veel, overmatig.
- hypo-
- Hypo- voor een woord staat voor te weinig, onvoldoende
- Hyperkinesie
- Overmatige, ongewilde, ondoelmatige beweging.
- hypoglycaemie / hypoglycaemisch
- Hypoglycemisch of te wel hypoglycemie wil zeggen dat je een te laag
gehalte aan bloedsuiker (glucose) hebt. Je kunt dan last hebben van
de volgende verschijnselen: zweten, trillen, angst, hartkloppingen,
je kunt je niet meer concentreren, verwarring, vermoeidheid, moeite
met spreken, slapte, hoofdpijn, misselijkheid, wazig zien.
- hemiplegie
- Halfzijdige verlamming (arm + been + evt gezicht)
- hemo-
- Het bloed betreffende
- hyperreflexie
- Verhoogde reactie op prikkels. Te heftige reflex.
- hypertelorisme
- Grote afstand tussen b.v. de ogen
- hypertensie
- Hoge bloeddruk.
- hypotensie
- Lage bloeddruk
- hemianopsie
- Gezichtsveldverlies t.g.v. hersenletsel aan 1 of beide
buitenkanten van het gezichtsveld.
top
I
- intramusculair
- Toediening van een geneesmiddel per injectie in een spier.
- intraveneus
- Toediening van een geneesmiddel per injectie in een ader.
top
J
top
K
- ketogeen dieet
- Dieet gekenmerkt door voeding met een hoog vetgehalte en een
laag koolhydraat- en eiwitgehalte.
Bij dit dieet mist het lichaam de koolhydraten en moet
het op zoek naar een andere energiebron: Het schakelt over
op vetverbranding.
Kan voorgeschreven bij, door medicatie, onbehandelbare epilepsie
en bij sommige stofwisselingsziekten.
- KSS
- Kearns-Sayre Syndroom.
Kenmerken: Hangende oogleden, slecht zien, hartritmestoornissen,
hoog proteine gehalte in liquor, bewegingssoornissen.
Veroorzaker van het KSS syndroom is een defect in het mitochondrion
- klinisch
- Direct voor de arts (hulpverlener) zichtbaar, zonder hulponderzoek.
Subklinisch is nog niet zichtbaar.
top
L
- Lumbaal punctie (LP):
- Door middel van een prik tussen de ruggewervels wordt vocht afgetapt
dat zich in het ruggenmerg bevindt.
Dit vocht, ook wel liquor genoemd, wordt onderzocht.
De uitslag van dit onderzoek kan helpen een diagnose te stellen.
Na de prik kun je hoofdpijn hebben of duizelig zijn.
Dit gaat meestal vanzelf weer over.
Plat blijven liggen en veel drinken helpt.
Als er na 5 dagen nog hoofdpijn bestaat contact opnemen met de arts.
- laktaat
- Melkzuur
- liquor
- Het vocht in de hersenen en het ruggemerg.
Afwijkingen in het liquor (afgetapt m.b.v. LP =Lumbaalpunctie)
wijzen op een encephalopathie.
Het soort afwijkingen kan richting geven aan het vinden van een
diagnose.
- LCHAD
- Long Chain Hydroxyacyl-CoA Dehydrogenase.
Symptomen: Encephalopathie, lever aandoening, cadiomyopathie
(hartspier), myopathie.
Ook retinits pigmentosa en perifere neuropathie.
- lactaat
- Melkzuur.
- Leigh syndroom
- Mitochondriale aandoening, gekenmerkt door
* geestelijke achterstand
* afwijkende ademhaling
* afwijkende bewegingen
* afwijkingen van de hersenen, zichtbaar op de MRI
- LHON / Pearsons's syndrome
- Mitochondriale ziekte gekenmerkt door:
* bloedarmoede
* ziekte van de alvleesklier
- limbisch systeem
- Regelcentrum in de hersenen dat informatie vanuit al onze
zintuigen krijgt en verwerkt en verder betrokken is bij
geheugen, gedrag en emoties
- logopedie
- Een paramedische discipline die zich bezig houdt met het onderzoeken, begeleiden en behandelen van alles dat met
communicatie te maken heeft.
* primaire mondfuncties (zie aldaar)
* spraak
* taal
* gehoor
top
M
- MRI:
- Magnetic Resonance Imaging.
Dit onderzoek is te vergelijken met de CT-scan.
Je ligt hierbij in een tunnel.
Er worden opnamen gemaakt van de hersenen of het ruggemerg.
Het apparaat, waar je met je hoofd inligt kan deze opnamen maken
door middel van het veranderen van magnetische velden.
Er worden geen rontgenstralen maar radiogolven gebruikt.
De opnamen van hersenen en ruggemerg zijn van uitzonderlijk
goede kwaliteit.
Omdat er gebruik gemaakt wordt van magnetische golven mag je
geen voorwerpen van ijzer dragen of andere voorwerpen die het
magnetisch veld kunnen verstoren.
Tijdens het onderzoek is een hard getik hoorbaar.
Je kunt oordoppen dragen of een bandje met favoriete
muziek meenemen en beluisteren.
Bij kinderen wordt veelal een lichte narcose gegeven
omdat het onderzoek langdurig stilliggen vereist.
Soms wordt contrastvloeistof ingespoten.
Het onderzoek is ongevaarlijk en een belangrijk middel om
een diagnose te kunnen stellen.
Idem: NMR, Nuclear Magnetic Resonance
- myotonie
- Bij myotonie ontspannen aangespannen spieren te langzaam ten gevolge
van problemen in de spier- of zenuwcellen.
Iemand met myotonie heeft bijvoorbeeld moeite met het loslaten van
een voorwerp dat hij eerder vast had.
Het gevoel wordt wel omschreven als 'stijfheid'
- mutatie
- Een verandering in het genetisch materiaal.
Zowel in het DNA als in de genen.
- Mitochondrion
- Het gedeelte van de cel dat verantwoordelijk is voor de omzetting
van voedingsstoffen in energie.
Mitochondrieën worden ook wel de energiecentrales van het lichaam
genoemd
- Myalgie
- Myalgie of spierpijn
- Metabolisme
- Stofwisseling.
Alle chemische reacties die plaats vinden in het lichaam.
Al deze reacties samen zorgen voor de energie die het lichaam nodig
heeft voor de lichaamsfunties zoals ademhaling, denken en bewegen.
- Mutatie
- Een verandering in genetisch materiaal, hetzij in het DNA hetzij in de genen.
- myo
- Myo- (grieks) is spier.
Wanneer en voor een woord MYO staat, dan betekent het dat het
de spieren betreft.
- musculus
- Spier.
Een musculaire aandoening is een aandoening van de spieren.(myopathie)
- myeline
- Witte stof.
Vetachtige cellen die een isolatielaag vormen rondom zenuwcellen.
Deze laag maakt het mogelijk de elektrische signalen die de cel
verzendt, sneller te vervoeren.
Bij de geboorte is myeline nauwelijks aanwezig.
In de ontwikkeling naar volwassenen wordt het stapsgewijs aangemaakt.
- myopathie
- Iedere abnormale conditie of ziekte van het spierweefsel.
Kan zowel de skeletspieren als hartspier betreffen.
- McArdle
- Glycogeen stapeling type V
- MERFF
- Myoclonic Epilepsy en Ragge-Red Fiber Disease.
Symptomen: Afwijkingen in de spieren, epilepsie, progressieve
ataxie (stuurloosheid), doofheid en dementie
- mitochondriale aandoening
- Stofwisselings (metabole) ziekte.
Veroorzaakt door een fout in 1 van de vele stappen (reacties)
in de stofwisseling.
In de mitochondria vinden meer dan 100 verschillende
stofwisselingsstappen plaats.
Een heel belangrijke functie van de mitochondria is de rol als
energie-centrale in de cel.
Hoewel de mitochondria veel meer functies hebben wordt met een
mitochondriale aandoening vrijwel altijd een energie-ziekte bedoeld.
Mitochondriale aandoeningen kunnen op verschillende manieren
ingedeeld worden.
* Naar het complex dat niet goed werkt (deficient is)
Comlex 1, 2, 3, 4, 5 deficientie.
Sommige deficienties komen vaker voor dan andere (complex 1 en 4).
Vaak komen er ook meer deficienties tegelijk voor ( bijv. complex 1 + 4)
* Naar de aard van de klachten, in een syndroom (bijv. Leigh-,
MERFF-, MELAS-, Kearns-Sayre-, LHON-, Pearsons's en NARP syndroom)
- MELAS
- Mitochondriale ziekte gekenmerkt door
* geestelijke achterstand
* spierzwakte
* melkzuuracidose
* aanvallen die lijken op een beroerte
- maternale erfelijkheid
- Erfelijkheid via de moederlijke lijn.
- myoclonieen
- Willekeurige, snelle spierschokken met kortdurend bewegingseffekt
niet alle myoclonieën zijn epileptisch en ze kunnen bij vele
aandoeningen voorkomen.
- motoriek , motorisch
- Beweging.
Wat met bewegen te maken heeft (zitten, staan, lopen,... schrijven, tekenen,...)
- multidisciplinair team
- Een onderzoeks- of behandelteam dat bestaat uit meerdere
specialisten / specialisaties die samen werken.
Een revalidatie-team is multidisciplinair. Naast de revalidatiearts
kunnen o.a. de fysiotherapie, ergotherapie,logopedie maatschappelijk
werk, psychologie, dietist, verpleegkundige van een dergelijk team
deel uit maken.
- myoclonische aanval
- Type epileptische aanval waarbij enkelvoudige of in reeksen
voorkomende spierschokken optreden in de armen en/of de benen,
met een zeer kortdurende bewustzijnsstoornis.
Het kan een voorbode zijn van een volledige epileptische
aanval (zie Tonisch-clonische aanval).
top
N
- nystagmus
- Onwillekeurige, snelle, ritmische bewegingen (trillen) van
het oog, meestal horizontaal.
Kan aanwijzing zijn voor aandoening in evenwichtsorgaan.
- nystagmografie
- Het onderzoek waarbij oogbewegingen worden geregistreed.
- neuromusculair
- De zenuwen en spieren betreffende.
- neurotransmitters
- Een verzameling van uiteenlopende stoffen die zorg dragen voor
en/of informatie doorgeven van de ene zenuwcel naar de andere
of van zenuwcellen naar klieren, spieren, zintuigcellen en terug.
- NARP
- Mitochondriale aandoening gekenmerkt door:
Neuropathie, Ataxie, Retinitis Pigmentosa (spierzwakte,
bewegingsstoornissen, netvliesafwijkingen)
- neuro-
- Met betrekking tot de zenuwen en / of hersenen
- neuralgie
- Zenuwpijn
- neuritis
- Zenuwontsteking
- neuropathie
- Ziekte van de zenuwen
top
O
- organellen
- Onderdelen van de cel.
De celkern is een van de organellen.
- ophtalmoplegie
- Oogspierverlamming.
- OXPHOS
- Oxidatieve Phosphorylering.
De omzetting van energie verkregen uit de verbranding van suikers en
vetten tot lichaamseigen energie ter hoogte van de ademhalingsketen
in de celkern.
- oto-
- Het gehoor, het oor betreffende.
- oculografie
- Registratie van de oogbewegingen.
Zie ook nystagmografie
top
P
- paralyse
- Volledig krachtsverlies.
- parese
- Krachtsvermindering. Aanduiding van de mate van verlamming.
- ptosis
- Hangend ooglid.
- -pathie
- Pathie (grieks) betekent ziekte, afwijking, aandoening.
Pathie komt achter datgene dat afwijkend is.
Myo-pathie betekent een aandoening van de spieren.
Neuro-pathie betekent een aandoening van de zenuwen.
Pathologisch is door een ziekte veroorzaakt.
- paraesthesie
- Niet pijnlijke gevoelens die niet worden veroorzaakt door een
passende uitwendige prikkel.
Ook wel sensibiliteitsstoornissen genoemd.
Bijv. prikkelen, tintelen of een bandengevoel.
- psychisch
- Psychische gevolgen van een ziekte kunnen de
* cognitie
* intelligentie
* persoonlijkheid en gedrag
betreffen.
Intelligentie = kennis- en begripsvermogen
Cognitie = denkvermogen
Intelligentie en cognitie zijn noodzakelijk om te kunnen
leren en vormen de basis voor adequaat gedrag.
- persoonlijkheid en gedrag
- Persoonlijkheid is het geheel van kenmerken van iemands gedrag
en heeft altijd een relatie met de buitenwereld.
Elementen die samen de persoonlijkheid vormen:
* basisstemming
* zelfbeeld en vertrouwen
* impulscontrole
* evaluatie van eigen gedrag
* inzicht in en acceptatie van stoornissen en mogelijkheden
* oordeelsvermogen
* sociaal gedrag
* persoonlijkheidsstoornissen
- pyruvaat
- Druivenzuur
- perimetrie
- Gezichtsveld-onderzoek
- progressief
- Toenemend in ernst.
- prenataal
- Voor de geboorte
- PET scan
- PET-scan : Positron Emissie Tomografie
Techniek om een beeld van de hersenen krijgen, door een combinatie
van twee methoden geeft de functie onder andere bloeddoorstroming,
zuurstof- en glucoseverbruik in de hersenen en de werking van de
hersenen weer, wordt ook gebruikt om epileptische haarden op te
sporen
- prognose
- Voorspelling omtrent het verdere verloop.
- paraplegie
- Verlamming aan beide benen
- preverbale logopedie
- Specialisatie binnen de logopedie die zich bezig houdt met
mondfuncties voordat de spraak / taal op gang gekomen is,
(bijv. zuigen, slikken, kauwen).
- primaire mondfuncties
- Zuigen, slikken, kauwen.
top
Q
- quadriplegie
- Verlamming aan benen en armen
top
R
- revalidatie
- Behandelonderdeel van (o.a.) neuromusculaire aandoeningen.
Bij progressieve (achteruitgaande)aandoeningen gericht op
voorkoming van het verlies van onafhankelijkheid en kwaliteit
van bestaan.
- revalidatieteam
- De behandelaars die betrokken kunnen zijn bij de revalidatie.
Revalidatie-arts, stelt een revalidatie-diagnose en een revalidatie-
plan -doel. Coordineert de verschillende therapieeen en andere bij
de patient betrokken specialisten(case-management).
Verder kunnen van het team deel uit maken: De fysiotherapeut,
ergotherapeut, logopedist, maatschappelijk werker, psycholoog,
orthopedagoog, orthopedisch schoen- en/of instrumentenmaker,
dietist, verpleegkundige, muziektherapeut.
De huisarts maakt geen deel uit van het revalidatieteam, maar
dient wel op de hoogte gehouden worden door de revalidatiearts.
De revalidatiearts dient het aanspreekpunt voor de huisarts te zijn.
- retina
- Retina = netvlies.
Het vlies dat de binnenvlakte van het oog bekleedt en waarop
het beeld van de waargenomen voorwerpen wordt gevormd.
Netvliesdegeneratie: Het afsterven van zenuwcellen in het netvlies,
waardoor het gezichtsvermogen slechter wordt: Men ziet waziger, niet
meer geheel scherp.
- retinitis pigmentosa
- Erfelijke aandoening van het netvlies (ogen).
- retardatie
- Geestelijke achterstand.
- ragged red fibers
- Wanneer het spierbiopt onder de microscoop bekeken wordt kunnen
spiervezels aan de rand opeenhopingen van mitochondria laten zien.
Deze opeenhopingen worden 'ragged red fibers' genoemd en zijn een
aanwijzing voor een mitochondriale ziekte.
- retro-
- Achter
- rigide, rigiditeit
- Stijf, stijfheid.
- referentiewaarden lab-uitslagen
- http://www.ckchl-mb.nl/aanvragers/Referentiewaarden%20volwassenen_1.html
top
S
- stofwisselingsziekte
- Ook: metabole ziekte.
Door gebrek aan een bepaald enzym of activator van een enzym treedt
een stoornis in het geheel van biochemische reacties die het lichaam
aansturen.
De plaats, aanwezigheid van restactiviteit, en de functie van het
deficiënte enzym bepalen de gevolgen voor het lichaam en dus de
symptomen van de ziekte die ontstaat.
- somatisch
- Met het lichaam te maken hebbende.
Somatische gevolgen van een ziekte kunnen
* motorisch, * vegetatief, * neurologisch, * orthopedisch en * sensorisch zijn.
motorisch = beweging
vegetatief = basale lichaamsprocessen
neurologisch = zenuwstelsel
orthopedisch = botten en gewrichten
sensorisch = waarneming
- spasticiteit
- Verlamming die gepaard gaat met een verhoogde spierspanning
(tonus, hypertonie).
- stofwisseling
- Het proces waarbij in de cel de ene stof wordt omgezet in de andere.
- scoliose
- Verkromming van de wervelkolom.
- strabismus
- Scheelzien
- syndroom
- Een combinatie van verschillende klachten / symptomen die
gezamelijk 1 ziektebeeld vormen.
- SSEP
- Somato-sensory evoked potentials.
Bij dit onderzoek worden de zenuwbanen onderzocht die het
gevoel voortgeleiden.
Hiervoor worden elektrische prikkels op scheenbeen of pols
toegediend.
- sedativum
- Kalmerend, rustgevend medicijn
- symptoom
- Ziekteverschijnsel
top
T
- tonus
- De tonus is de spanningstoestand van een spier.
De tonus kan abnormaal verhoogd zijn (hypertonie).
Dit leidt bijvoorbeeld tot spasmen.
De tonus kan abnormaal verlaagd zijn (hypotonie). Dit leidt
bijvoorbeeld tot een slappe verlamming waarbij de patient een
lichaamsdeel niet in een bepaalde stand kan houden.
- tremor
- Bevingen bij het maken van willekeurige bewegingen.
Intentietremor: het steeds erger trillen van een ledemaat,
naar gelang het doel dichterbij komt.
- tachy-
- Snel.
Bijv. tachyardie: snelle hartslag
- temporale aanval / petit mal
- Een veelvoorkomend type epileptische aanval (temporaal epilepsie),
waarbij de patiënt doelloze bewegingen uitvoert, een starende blik
heeft en gedeeltelijk (of geheel ) het bewustzijn verliest.
Vaak gaan aan de aanval bepaalde gevoelens vooraf (zie ook Aura).
Dit type aanval werd vroeger ook wel 'petit mal aanval' of
'psychomotorische aanval' genoemd.
- T.E.N.S.
- T.E.N.S. : (Transcutane Electro Neuro Stimulatie) Een klein
toestelletje (krachtbron) dat door middel van electroden en
klevers wordt verbonden met de pijn-zone.
De pijngewaarwording wordt verminderd door electrische stimulatie
(tinteling). Het TENS-toestelletje wordt eerst in bruikleen gegeven
om te worden uitgeprobeerd. Blijkt het voor u een doeltreffende
pijnbestrijder, dan kan het worden aangekocht.
top
U
top
V
- vertigo
- Duizeligheid
- VEP
- Visual evoked potentials.
Bij dit onderzoek worden de zenuwverbindingen tussen het oog
en de hersenen onderzocht.
Er wordt een elektrode op het hoofd geplakt en de patient krijgt
een zwart-wit geblokt bord of lichtflitsen te zien.
De patient hoeft niets te doen en het onderzoek is niet pijnlijk.
Gemeten wordt de tijd die het duurt voor de hersenen reageren op
de prikkels.
- visueel, visus
- Het zien, de ogen betreffende.
top
W
- WMO
- Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
Opvolger van WVG = Wet Voorzieningen Gehandicapten
top
X
top
Y
top
Z
top